maandag 26 november 2007

Wolf in schaapskleren

De inaugerale rede van Tariq Ramadan aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit spreekt boekdelen.

Hulde voor Lucida, die de moeite nam om de lap tekst die Tariq Ramadan uitsprak bij zijn inauguratie aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit te vertalen! Ik moet bekennen dat ik de tekst nog niet eerder had gelezen, een groot gemis, naar nu blijkt. Uit het wollige en langdradige taalgebruik van deze Egyptisch-Zwitserse filosoof valt op te maken dat hij van het Westen niets minder verlangt dan dat het zijn kernwaarden compromitteert teneinde een wederzijds integratieproces tussen moslims en autochtonen mogelijk te maken.

Ramadan -- naast gasthoogleraar "burgerschap en identiteit" in Rotterdam sinds kort tevens bijzonder hoogleraar "islam" in Leiden -- ligt al langer onder vuur van rechtse analisten. Zo kreeg hij in 2003 op de Franse televisie van onder uit de zak van Nicolas Sarkozy (nu uiteraard president van Frankrijk), in reactie op zijn pleidooi voor een "moratorium" (oftewel: een tijdelijke stop!) op het stenigen van overspelige vrouwen. "Een moratorium zou betekenen dat we de toepassing van al die straffen helemaal stilleggen, zodat we een fundamenteel debat kunnen voeren," stamelde Ramadan na enig aarzelen. Immers: "Je kunt in die gemeenschap besluiten helemaal in je eentje progressief te zijn, maar dat is te gemakkelijk." Dit alles tot grote ergernis van Sarkozy.

Ondanks zijn onvermogen om onomwonden stelling te nemen ten faveure van een aantal westerse waarden, leggen Ramadans publieke optredens hem geen windeieren. Verscheidene vooraanstaande universiteiten in het Westen hebben de filosoof al opgevoerd als belangenbehartiger van een multiculturele samenleving waarin wederzijds respect, niet polarisatie, centraal staat. In dat kader belandde hij in november 2006 -- dankzij een flinke zak subsidiegeld van de gemeente Rotterdam -- bij de Erasmus Universiteit, alwaar hij de genoemde rede uitsprak.

In het televisiegesprek met Sarkozy liep Ramadan op een onbewaakt ogenblik in de val. In zijn toespraak in Rotterdam verhulde hij zijn boodschap als vanouds in wollig taalgebruik en weinig concrete retoriek. Zijn erudiete en charmante verschijning ondersteunt het gematigde imago van een geassimileerde, hooggeleerde moslim die vrede en respect predikt. Toch mag dat imago ook hier niet ongeschonden uit de strijd komen, hoewel zijn woorden daartoe wel een diepgaandere analyse vergen dan de uitspraken in het interview van 2003.

Ramadan geeft een aanvaardbare omschrijving van het probleem en zijn oorzaken. Hij begint: "Na de Tweede Wereldoorlog werd door de komst van nieuwe immigranten -- niet zelden uit voormalige koloniale gebieden -- een nieuwe dimensie aan het oude concept van pluralisme toegevoegd: we moesten ons rekenschap geven van 'vreemde' culturen en religies, en hoofdzakelijk van 'moslims'." Dat hij niet vermeldt dat dit begrip van "pluralisme" van bovenaf is opgedrongen en nooit een warm onthaal kreeg van de West-Europese burger, nemen we maar voor lief.

Hij lijkt zich te beseffen waar het toe leidde: "Mensen met een oorspronkelijk Franse, Britse of Nederlandse achtergrond nemen de wijk uit voormalige volksbuurten en vestigen zich aan de randen van de stad of elders, omdat zij zich in zulke buurten niet meer thuis voelen. ... Negatieve percepties, angsten, wantrouwen, ondermijnen het gevoel erbij te horen, en trekken, zowel letterlijk als figuurlijk, een muur op tussen de verschillende bevolkingsgroepen." De oplettende lezer merkt op dat in die laatste zin het vermeende wederzijdse aspect van het probleem reeds zijn intrede doet.

Het wordt snel duidelijk dat een eenvoudige oproep tot assimilatie van immigranten niet de zegen van Tariq Ramadan geniet: "Het volstaat simpelweg niet langer om kortaf vast te houden aan de opvatting 'dat nieuwkomers zich maar moeten aanpassen', zoals we dit binnen het discours van sommige politieke partijen te horen krijgen. We kunnen niet blijven volharden in een statisch cultureel denkpatroon en tevens volhouden dat we bereidheid moeten tonen ons democratisch stelsel van rechten en plichten zodanig te herformuleren, dat dit tegemoet komt aan de wens van immigranten hun rechten als culturele en religieuze minderheid te eerbiedigen."

De Zwitserse filosoof toont zich een groot kenner van onze democratische rechtsstaat, met zijn "algemeen aanvaarde rechtskaders, ... die door de ingezetenen geaccepteerd en gerespecteerd moeten worden." Dat klinkt op zich veelbelovend. Wat hij echter niet lijkt te beseffen is dat wat hij ons "statisch cultureel denkpatroon" noemt, in feite niets minder is dan de liberale traditie die een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de duurzaamheid van de democratische rechtsorde.

Een liberale samenleving en een democratie zijn niet per definitie hetzelfde. De verkiezingen in de Palestijnse gebieden en Irak tonen aan dat democratie nauwelijks waarde heeft zonder liberaal burgerschap. Ondanks zijn kennelijke belezenheid legt Ramadan weinig begrip aan de dag voor de wisselwerking tussen regime en samenleving. Hij gaat in elk geval helemaal niet in op de vraag welk effect de massale instroom van illiberale immigranten, die nooit hebben geleerd hoe te functioneren in een vrije democratische samenleving, heeft op de liberale democratie en diens maatschappij.

Wel ziet Ramadan blijkbaar dat "wij" (westerlingen, naar ik aanneem) "volhouden dat we bereidheid moeten tonen ons democratisch stelsel van rechten en plichten zodanig te herformuleren" dat dit recht doet aan de religieuze en culturele gevoeligheden van moslims. Het oogt alsof hij ons hier woorden in de mond legt die veeleer hemzelf bevallen dan de westerse lezer. De laatste zal zich toch een keer achter de oren krabben alvorens op te roepen tot een herformulering van "ons democratisch stelsel van rechten en plichten" omwille van een niet-westerse allochtone minderheid.

Ramadan denkt daar niettemin anders over. Volgens hem "behoren burgers in beginsel de wet te gehoorzamen en, in de zin van rechten en plichten, door diezelfde wet als gelijke te worden behandeld." (Merk vooral de woorden "in beginsel" op; de nadruk is origineel.) Hij vervolgt: "Dit zijn in beginsel de referentiekaders, maar de heftige debatten in het laatste decennium hebben aangetoond dat ze niet toereikend zijn om de eerdergenoemde nieuwe uitdagingen te trotseren." En het wordt nóg erger. Volgens Ramadan zou het "gevaarlijk zijn te accepteren dat we, vrijwillig of niet, aan de letter van de wet moeten blijven vasthouden, terwijl in weerwil van een veranderend maatschappelijk bestel hierover in algemene termen toenemende onvrede heerst."

Hier slaat de filosoof de plank finaal mis. Wie participeert in de Nederlandse democratische rechtsorde dient zich onvoorwaardelijk te allen tijde aan de letter van de wet te conformeren. Mogelijke "onvrede" over de strikte hantering van de wet broeit niet bij de autochtone landgenoten, maar bij de vijfde colonne nieuwkomers die zich weigert te houden aan niet alleen de rechtsregels maar ook de algemeen geaccepteerde fatsoensregels in Nederland. Hun onvermogen om zich aan te passen aan onze culturele, juridische en politieke tradities schept op zichzelf inderdaad weer onvrede onder het autochtone bevolkingsdeel. Maar de oorzaken die Tariq Ramadan toekent aan de spanningen tussen autochtoon en allochtoon rammelen aan alle kanten.

Vervolgens komt ook het koloniale verleden van de westerse landen aan de orde in zijn rede. Het is zaak dat wij onze "geschiedenis en traditiegebonden waarden en normen" meer toegankelijk maken voor de immigrant, aldus Ramadan. Het laat zich raden waar deze holle redenering naar toe gaat: "We moeten ons bereid verklaren en als zodanig ook in staat zijn -- om op grond van een kritische herbezinning ten aanzien van ons koloniaal verleden -- onder ogen te willen zien wat we gekolonialiseerde volkeren aan leed hebben berokkend, die nu ook tot onze medeburgers moeten worden gerekend: durven te spreken over de beide kanten van ons verleden, zowel de licht- als ook de schaduwzijde."

Het is mij een raadsel welk leed een Marokkaan anno 2007 nog wordt berokkend als gevolg van de kolonisatie door Frankrijk, die in 1956 ten einde kwam. Als het imperialisme zich dusdanig had doorgezet dat de Marokkanen zich onze ideeën over vrijheid en democratie eigen hadden gemaakt, was het land vandaag de dag wellicht even rijk geweest als Spanje of Zuid-Korea. In plaats daarvan namen zij enkel slechte ideeën over: marxisme, kleptocratie en autocratie. Marokko is een corrupte schijndemocratie met een onderontwikkelde economie en geen enkele sociale mobiliteit.

Maar wat de oorzaken van de politieke en economische ellende in het land ook mogen zijn, de gemiddelde Marokkaan is in Nederland honderdmaal beter af dan zijn broer of neef in het land van herkomst. De opmerking van Ramadan over het koloniale verleden zal dan ook voornamelijk dienen om de Europese elite een dusdanig schuldgevoel aan te praten dat zij toegeeflijker wordt ten aanzien van de gevoeligheden van de islamitische minderheden op het continent. Deze methode zal vooral bij linkse kringen flinke successen boeken.

Dan volgt een opmerkelijke zin: "Het is belangrijk dat [immigranten] afstand doen van een vaak door hun aangehangen vorm van 'slachtofferschap' en zich niet langer laten aanspreken als 'het zwarte schaap van de familie, dat zich altijd moet verdedigen'." Hoe staat die opmerking in verhouding tot het schuldgevoel dat de filosoof de lezer hierboven aanpraat? De moslim kan Ramadans opmerking over het kolonialisme maar op één wijze opvatten: hijzelf is op de één of andere manier slachtoffer van het nare verleden van het Westen. Ramadan werkt dus actief mee aan het misplaatst gevoel van slachtofferschap onder moslims in het Westen, dat hij zegt te bestrijden.

Tot slot krijgt ook de publieke opinie nog een veeg uit de pan van Ramadan. De volgende opmerkingen verdienen een wat langer, integraal citaat: "De overheid [moet] meer zijn oor te luisteren ... leggen bij de positieve geluiden, zoals die zijn te horen bij mensen die aan de basis staan, in plaats van te kijken en luisteren naar de vertekende beelden en nieuwsberichten, zoals ze door de media (doorgaans negatief) worden gepresenteerd. Dit geconstateerd hebbende, moet men zich ook realiseren dat de sleutel tot succes, binnen die specifieke discipline, het nadenken is over een passende 'mediastrategie': ervoor zorgen dat journalisten meer betrokken raken, op basis van een beter begrip en meer accurate kennis van zaken, vanuit een verantwoordelijkheidsbesef en burgerlijke bereidheid meer te berichten en schrijven over datgene 'wat wel goed gaat'."

Ramadan vervolgt: "Professoren, docenten en studenten kunnen zich niet loszingen van de samenleving en tevens bepalen hoe deze moet worden ingericht door slechts te wijzen op zijn mislukkingen. De functie van professoren en docenten is het opstellen van normatieve kaders waarbinnen het immigratiedebat gevoerd moet worden, maar niet zich laten meeslepen door ressentimenten en angsten, opdat ze een kritische en positieve bijdrage kunnen leveren aan het werken aan en het in stand houden van de sociale cohesie. Wanneer we onderricht geven over concepten zoals 'Burgerschap' en 'Identiteit' bemerken we op een dagelijkse basis de graad van verwarring en spanning, terwijl onze universiteiten juist de ruimte moeten bieden waarbinnen het mogelijk moet zijn, diepzinnig, vrij en kritisch met elkaar de debatten aan te gaan."

Het is typisch dat juist Ramadan zelf door liefst twee Nederlandse universiteiten wordt ingehuurd om zijn gedachten over deze kwestie over te brengen aan honderden studenten. Kennelijk heeft hij geen flauw benul van de aard van de instituten waaraan hij doceert, of hij wil het doen voorkomen alsof ook deze bastions van het multiculturalisme etnocentrischer en intoleranter zijn dan goed is voor Nederland. In ieder geval is het te hopen dat zijn Nederlandse collega's weigeren mee te werken aan deze misplaatste bevuiling van het eigen nest.

Het wordt langzaamaan duidelijk waar Tariq Ramadan voor staat: politici, professoren en journalisten moeten een positievere bijdrage gaan leveren aan de sociale cohesie. Binnen de academische wereld moet het mogelijk worden "vrij en kritisch met elkaar de debatten aan te gaan," en een "mediastrategie" moet "ervoor zorgen dat journalisten meer betrokken raken." Het zijn wederom nogal holle redeneringen, die weinig recht doen aan het feit dat academie en media in Nederland de multiculturele samenleving reeds zeer gunstig gezind zijn. Janmaat, Fortuyn en Wilders kregen en krijgen al jaren de meest vreselijke verwensingen naar hun hoofd gesmeten uit zowel academische als journalistieke hoek (om over hun politieke opponenten en alle nonsensrapporten van linkse NGO's nog maar te zwijgen), maar Ramadan ziet alleen een complot tegen moslims.

Bovendien blijft het onduidelijk wie de "mediastrategie" moet gaan aanzwengelen. Men krijgt de indruk dat Ramadan van mening is dat de overheid degene is die -- onder het motto "het recht op vrije meningsuiting is geen plicht tot beledigen" -- de vrije opinievorming in kranten en op universiteiten aan banden moet gaan leggen. In dat geval zou de omstreden hoogleraar zonder twijfel te ver gaan, maar, nogmaals, hij laat de lezer hieromtrent in het ongewisse. Al dan niet bewust.


De kern van de immigratie- en integratiekwestie is -- naar mijn idee -- de vraag of de islam en de liberale democratie verenigbaar zijn. En -- indien zij dat niet blijken te zijn -- of moslims bereid zijn de eerste (deels) te laten varen teneinde hun inpassing in de laatste mogelijk te maken. Ramadan laat deze twee vragen volledig onaangeroerd. In plaats daarvan roept hij de westerse luisteraar op tot niets minder dan het ondergeschikt maken van de democratische rechtsorde aan vage termen als "wederzijds respect" en "toenadering". Niet de vrije samenleving is heilig voor Ramadan, maar de handreiking aan degenen die zich als nieuwkomer hebben genesteld in die samenleving, en die haar eigenschappen voor een groot deel niet kunnen tolereren.


Dit alles verpakt Ramadan in mooie, gematigd en tolerant ogende woorden. Het heeft alles weg van het Arabische begrip Taqiyya, ofwel: bewuste misleiding teneinde de werkelijke intenties te verhullen. De wolf heeft zijn schaapskleren nog niet afgeschud.

2 opmerkingen:

  1. Beste Marc,

    Waarom wordt ik bij je artikelen steeds maar geattendeerd op de afschuwlijke "halal moslimhypotheken?" Hoe is dit uitgerekend bij jou toch mogelijk?
    Heeft Google zoveel macht of zie je dat zelf niet? Wat een vervuiling!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik vraag me af of Google het vermogen heeft om islamitische propaganda te onderscheiden van kritiek op de islam. Hoe dan ook, het is inderdaad wel een opmerkelijk verschijnsel. Ik kan je verzekeren dat het verder niets zegt over een geheime agenda mijnerzijds! :-)

    Maar ik ga wel kijken of ik de onderwerpen van de advertenties zodanig kan wijzigen dat deze er niet meer tussenkomen.

    BeantwoordenVerwijderen