woensdag 30 juli 2008

Krouwel knoeit verder

In navolging van artikelen van Duns en ondergetekende bij deze deel zoveel over André Krouwel.

Gisteren reeds "bij de buren", vandaag op de voorpagina van HVV: André Krouwel, politiek wetenschapper aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, zag gisteren een ingezonden stuk van zijn hand gepubliceerd in dagblad Trouw, waarin hij nogmaals bevestigt dat de "Linkse Kerk" niet bestaat. "In de eerste vijf maanden van 2008 was de berichtgeving zeker niet links georiënteerd," aldus Krouwel. "Rechtse thema’s, partijen en politici domineerden het nieuws."

Ik zal het voor de verandering kort houden dit keer.

Doelde Krouwel wellicht op de kritiekloze omarming van Geert Wilders door gratis krant DAG, die de resultaten van zijn eigen onderzoek in eerste instantie publiceerde? Laten we even een paar citaten bekijken uit de neutrale berichtgeving die deze krant te berde bracht ten tijde van de "crisis" over Fitna. Uit de mond van islamoloog Sjoerd van Koningsveld werd opgetekend: "Wilders strafrechtelijk vervolgen voor zijn film is de enige manier om in het buitenland duidelijk te maken dat Wilders zijn opvattingen niet die van de Nederlandse overheid zijn." Volgens een Deense islamoloog moest de Nederlandse regering doen "wat de Deense overheid niet deed, namelijk meteen afstand nemen van de cartoons." En volgens Tariq Ramadan was Wilders' doel enkel om "een woedende reactie te ontketenen en daarmee weer media-aandacht." Mede mogelijk gemaakt door DAG.

Of doelt Krouwel misschien op de gebalanceerde berichtgeving over de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten? Op Henk Kamp die voor de camera van EénVandaag de stemwijzer invult en uitkomt bij Hillary Clinton, maar zelf aangeeft een voorkeur te koesteren voor Barack Obama? (Wat zegt dit over Krouwels opmerking in zijn stuk van gisteren in Trouw dat rechtse partijen "in Nederland een structurele meerderheid" hebben? Het zegt iets over zijn arbitraire definitie van het begrip "rechts". Zijn gepoch met The Economist spreekt wat dit betreft boekdelen.)

Anders is toch zeker de berichtgeving van de NOS over de gruwelijke Amerikaanse folterpraktijken op Guantánamo Bay wel vervloekt rechts, laat staan haar kritische journalistiek ten aanzien van het beruchte Kamerdebat over het EU-referendum.

NRC Handelsblad kan toch zeker niet achterblijven, met opiniemakers als Jan Blokker, die in één column zesmaal (!) verwijst naar de kunstmatig blonde manen van Geert Wilders, alsof die haarkleur alleen al een indicatie is voor correcte politieke voorkeuren?

Of heeft Krouwel het misschien over EénVandaag? Dat zijn uitzending van 11 september 2007 geheel opdroeg aan de slachtoffers van 9/11 (met in de hoofdrollen Behnam Taebi van de Jonge Socialisten en William Rodriguez, die het "officiële verhaal" over de aanslagen in twijfel trekt)? Dat zich zo kritisch opstelt ten aanzien van Al Gore's gevecht tegen klimaatverandering (ook al zo'n "rechts thema")?

Tot slot zou het natuurlijk zomaar kunnen zijn dat Krouwel voornamelijk de schandalig pro-Israëlische propaganda van onze vaderlandse pers in gedachten had toen hij zijn artikel schreef.

André Krouwel is geen wetenschapper. Hij is een charlatan.

zondag 20 juli 2008

Die gastvrijheid geloof ik wel

"Jij moet eens vaker in contact komen met minderheden in Nederland," is een advies cq. verwijt dat ik onlangs te horen kreeg. Misschien dat ik dan mijn gevaarlijke generalisaties met betrekking tot de immigratie- en integratieproblematiek zal herzien.

Het is een verwijt waartegen alle critici van immigratie in Nederland zich van tijd tot tijd moeten verweren: kritiek op de massa-immigratie van de laatste halve eeuw scheert automatisch een hele bevolkingsgroep over één kam en komt uiteindelijk voort uit een diepe maar irrationele angst voor het onbekende. En de welbekende slagroom op de taart: "Jouw soort generalisaties is gevaarlijk." Een tijd geleden sprak ik met iemand die -- na allereerst zijn verbazing over mijn wereldbeeld niet onder stoelen of banken te hebben gestoken -- mij op basis van bovengenoemde argumenten op het hart drukte dat ik me meer zou moeten openstellen voor sociaal contact met minderheden; eigenlijk zijn velen van hen bijzonder vriendelijk en gastvrij.

Daarna volgde een uiterst secure karaktermoord op mijn analytische methoden. Ik haal mijn wijsheid enkel en alleen uit boeken, rapporten en de media, luidde de kritiek van mijn gesprekspartner. Ik heb geen persoonlijke ervaringen met Turken en Marokkanen die hier leven (vertaling: niet met het beperkte aantal onder hen dat niet beantwoordt aan de stereotypen), dus kan ik ook niet oordelen over hun niveau van integratie in de Nederlandse samenleving. Kortom, een persoon die kritisch is over allochtone minderheden, moet wel tot zijn slotsom zijn gekomen op basis van misverstanden, foute vooronderstellingen en xenofobische smetvrees.

Een moreel superieure houding zou zijn om de nieuwsgierigheid naar het vreemde te laten spreken. Ga eens een heerlijke maaltijd genieten bij een Marokkaanse familie te Slotervaart -- het is ongetwijfeld mogelijk in het kader van één of andere gesubsidieerde campagne tijdens de Ramadan -- en keer daarna multicultureel herboren weer terug naar huis.

Het is multiculturalisme op zijn veiligst. Het behoeft geen uitleg dat de woorden "naar huis" in dit verband betekenen: naar het vierkamerappartement van drieëneenhalve ton in het etnisch homogene stadscentrum, danwel naar de twee-onder-één-kapper in de evenzeer monoculturele buitenwijk. De lusten komen op deze manier voor rekening van de elite, terwijl de lasten onevenredig worden afgewenteld op de stedelijke onder- en middenklassen, die worden geacht de allochtone afhankelijkheid van de Nederlandse staat mede te financieren maar tegelijkertijd hun woonomgeving hebben zien verloederen.

Allereerst heb ik meer dan genoeg ervaringen met niet-westerse allochtonen, heel vaak negatief maar soms zeker ook positief. Ik maakte laatst kennis met een jongeman die zich dermate welbespraakt en goedgekleed deed voorkomen, in accentloos Nederlands bovendien, dat hij mij compleet verraste toen hij me zijn Marokkaanse naam noemde. Die verbaasde reactie van mij zegt een hoop over de Marokkaanse immigranten alhier: hun standaardverschijning is kennelijk het tegenovergestelde van die van bovengenoemde jongeman. Op basis van zijn haar- en huidskleur had ik zijn afkomst -- achteraf bezien -- al wel kunnen raden. Hoe dan ook, mijn ontdekking was absoluut geen reden om het contact met hem te verbreken, integendeel. (Ik meld het alvast, mochten de criticasters hun oorlog alweer aanvangen.)

Veel belangrijker nog is dat degene die mijn onwelgevallige analyses afschreef als inferieure boekenwijsheid, zich zelf schuldig maakte aan een nog veel grotere analytische denkfout. Deze wordt ook wel het "'man die'-syndroom" genoemd: roken is helemaal niet ongezond, want ik kende een man die de ene sigaret met de andere aanstak en drieënnegentig jaar is geworden. Het equivalent van deze scheve logica voor dit verhaal luidt: "Marokkanen integreren wél in de samenleving, want ik ken een Marokkaan die mij zeer gastvrij bejegent en om de haverklap thuis uitnodigt." Omdat mensen geneigd zijn om hun eigen subjectieve waarnemingen eerder te vertrouwen dan droge analyses van een hoog abstractieniveau, gaan ze op deze manier vaak in de fout. Het 'man die'-syndroom is één van de grootste analytische valkuilen die in de menselijke natuur zit verweven.

Dat de subjectieve waarnemingen van multiculturalisten ook in dit geval geen recht doen aan de realiteit, is duidelijk. De feiten spreken voor zich en zijn bovendien keihard. Het CBS (PDF) brengt ze nauwkeurig in kaart. Het aandeel van niet-westerse allochtonen in de criminaliteit, de verzorgingsstaat, het lager onderwijs en tot slot de schooluitval steekt met kop en schouders uit boven dat van autochtonen. Het CBS signaleert weliswaar enige verbetering in deze situatie bij de tweede generatie, maar het torenhoge aantal maatschappelijke mislukkelingen legt een zware hypotheek op de acceptatie van minderheden door autochtonen. Bovendien verergeren hieruit voortvloeiende zaken als criminaliteit en radicalisering de problematiek aanzienlijk, aangezien ze vooral voor autochtonen veel overlast veroorzaken. Het is niet Geert Wilders die moslims een slechte naam bezorgt, maar de Marokkaanse straatterroristjes, imam Fawaz en Milli Görüs.

Het zoeken naar oorzaken voor de gebrekkige integratie van deze mensen is geen uiting van ordinair racisme, maar een volkomen legitieme reactie, ook al bevallen de antwoorden veel van de nieuwkomers geenszins. Als sociaal-economische malaise de enige oorzaak was voor de problemen, dan deden deze zich in gelijke mate voor bij de autochtone onderklassen in Nederland. Aangezien dat niet het geval is, moeten we de oorzaken elders zien te vinden.

Die oorzaken zijn cultureel. Onze eerste generatie immigranten is niet opgegroeid in een liberale democratie waarin vrijheid en individualisme centraal staan. Zij is opgegroeid in een tribale bergcultuur, die misschien niet in directe overeenstemming is met het islamitische geloof, maar op zijn minst deels daaraan is ontsproten. Eenmaal hier gekomen kreeg zij een warm onthaal van talloze autochtone Nederlanders, die onder de noemers 'culturele tolerantie' en 'anti-discriminatie' het wangedrag van een groot aantal van deze nieuwkomers bleven goedpraten. In één ding hebben de Harry de Winters van dit land helemaal gelijk: het probleem is niet alleen de islam. Hun eigen, volslagen pathetische cultureel marxisme heeft een evengroot aandeel.

In de negentiende eeuw trokken Nederlandse protestanten de loyaliteit van hun katholieke landgenoten bij tijd en wijle ernstig en publiekelijk in twijfel. De katholieke "ultramontanen" verklaarden zich in die tijd veeleer schatplichtig aan de opeenvolgende antidemocratische tirannen die huisden in het Vaticaan dan aan de Nederlandse liberale democratie. Deze houding resulteerde in grote ergernis bij de protestanten.

Laten wij op dezelfde wijze van de Nederlandse moslims eisen dat ze onvoorwaardelijk kiezen voor Nederland en niet voor middeleeuwse figuren waar ook ter wereld die in het woord van Allah en de daden van Zijn Profeet het laatste oordeel vinden. Laat hen gedwongen kiezen voor positief burgerschap in een vrij land en niet voor een crimineel schaduwbestaan in een parallelle samenleving. Om dit te bereiken moeten we de jongeman steunen wiens naam mij zo verraste, niet de intolerante anti-discriminatiecharlatans -- zowel allochtoon als autochtoon -- die bij elke uiting van islamkritiek in de media direct moord en brand schreeuwen.

Daar heb ik persoonlijk geen gastvrij onthaal bij deze mensen thuis voor nodig.

zaterdag 5 juli 2008

Links, rechts, progressief, conservatief

Het zegt een hoop dat André Krouwel tracht de blits te maken met het feit dat hij The Economist leest -- naar eigen zeggen "niet bepaald verdacht van linkse sympathieën".

In zijn polemiek met HVV's one and only Duns laat André Krouwel, politiek wetenschapper aan de Vrije Universiteit, zien weinig inzicht te hebben in het politieke klimaat in ons eigen land en de Verenigde Staten. Met zijn analyse van de termen "links", "rechts", "progressief" en "conservatief" zorgt hij voor een hoop verwarring. Het ééndimensionale politieke spectrum met twee extremen voldoet namelijk niet aan het complexe beeld dat de politieke arena's van onze westerse samenlevingen bieden.

Krouwel schrijft hierover: "Ik gebruik inderdaad progressief-conservatief naast L/R. Je kunt de Amerikaanse invulling van de begrippen NIET zo maar in Nederland overplanten. Daar heet links bijvoorbeeld 'liberal'. Dergelijke begrippen hebben echt een andere betekenis."

Welnu, het Amerikaanse begrip "liberal" heeft een lange geschiedenis, waarin het is gedevalueerd naar een containerbegrip voor alle kwaden en kwalen in de maatschappij en met name de politiek waartegen Het Vrije Volk ageert. Samengevat komt het neer op excessieve overheidsbemoeienis en vrijheid zonder verantwoordelijkheid.

Maar oorspronkelijk was een liberal in de VS niet wezenlijk verschillend van een "liberaal" in Nederland: niet vijandig ten aanzien van de markt, maar tegelijkertijd sterk gelovend in maatschappelijke vooruitgang. Vanzelfsprekendheden moesten overboord kunnen worden gegooid, meenden zij, en een flinke dosis vrijheid, individualisme en secularisme konden de samenleving naar een hoger plan tillen. In Duns' woorden, "het idee dat er progressie mogelijk is vanuit [de Amerikaanse] samenleving" veronderstelt dat het volk kan worden verheven door het loslaten van tradities en vooruitgang op intellectueel, economisch, politiek en technologisch gebied. Het maakbaarheidsgeloof beperkt zich dus niet tot het marxisme. Dit is tevens het liberalisme dat The Economist huldigt.

Het Amerikaanse liberalisme heeft met de New Deal, de Great Society en met name tijdens de sociale revolutie van de jaren zestig een vrije val gemaakt. De studentenprotesten in die jaren vormden een radicale afkeer van de instituties die in de ogen van de jongeren het patriarchaat, de slavernij, de kloof tussen arm en rijk in de wereld en sexuele taboes hadden gefaciliteerd. De "onderdrukking" door staat en religie diende direct een halt te worden toegeroepen en ouderwetse mores dienden overboord te worden gegooid.

Het resultaat van deze revolutie was echter geen verheffing van het volk, maar een vrije val richting nihilisme, vrijheid zonder verantwoordelijkheden en de introductie van marxisme in academie en politiek. Het land dat altijd had geloofd in zijn grondwet, vaderlandsliefde en vrijheid, creëerde zijn eigen Femke Halsema's en Anja Meulenbelts, die zich welhaast verzopen in masochistische zelfhaat en hun wereld radicaal trachtten te herscheppen. Amerika kreeg een significante linkse vleugel -- "the New Left"--, die doordrong tot alle lagen van de bevolking.

Het veranderende politieke klimaat ontlokte als vanzelf een tegenreactie van conservatieven, die niet alleen in de toenemende overheidsinterventie in de nationale economie terecht een gevaar zagen, maar vooral ook in de culturele ommezwaai naar "vrijheid blijheid". Die legde zich vooral toe op het toeëigenen van rechten, niet van plichten. Sex, drugs and rock 'n roll, alle taboes moesten overboord. Abortus, éénoudergezinnen, adoptie door homostelletjes, prostitutie, drugsgebruik en euthanasie waren een kwestie van keuzes, die even legitiem waren als geheelonthouding en het stichten van een gezin. Niets mocht deze nieuw geaccepteerde levensstijlen nog langer in de weg staan, in de ogen van de New Left.

Deze ideeën hadden desastreuze gevolgen. Ze waren bedacht door elites, maar werden dankbaar overgenomen door de lagere klassen, waar ze een sociaal-culturele ramp veroorzaakten. Om een voorbeeld te noemen: tachtig procent van de pakweg vijftig miljoen Amerikanen die thans onder de zogenaamde "armoedegrens" bestaan, leeft in éénoudergezinnen. "Armoede" in de VS is vooral een cultureel, niet een economisch probleem: een gezin met twee minimuminkomens bevindt zich namelijk al boven de armoedegrens (en in de VS gaat het salaris meestal al na een paar maanden dienstverband omhoog). Toch blijven de liberals inzetten op sociaal-economische interventies om de armoede in de VS te bestrijden. "The more the plans fail, the more the planners plan," zoals Ronald Reagan het ooit treffend formuleerde.

Het begrip "rechts" heeft in de VS dus een andere betekenis dan enkel een streven naar inperking van overheidsinmenging in de economie. Men kan -- ook als rechtgeaard D66'er of VVD'er -- pleidooien houden vóór de vrije markt én voor legalisering van drugs en prostitutie. Dat is wat veel Democraten en ook libertariërs in de VS doen. Rechtse conservatieven menen echter dat de vrije samenleving niet kan functioneren zonder tradities, die moeten worden gecodeerd in religie en/of cultuur. Het traditionele gezin en een prudente levensstijl bieden de beste garanties voor succes in Amerika. Daar horen dus bepaalde (sexuele) taboes, zelfbeheersing en een strenge handhaving van de wet bij.

Deze analyse heeft gevolgen voor Krouwels weergave van het politieke klimaat in Nederland en de VS. Een politiek spectrum met twee assen in plaats van één benadert de realiteit heel wat beter dan het op één hoop gooien van de termen "rechts" en "conservatief". De horizontale as loopt dan van economisch links tot economisch rechts, terwijl de verticale as onder begint met cultureel conservatief en boven eindigt met cultureel progressief. Europese liberalen zoals die van de VVD en The Economist bevinden zich in een dergelijke grafiek op beide assen gematigd in de plus en dus ergens rechtsboven, terwijl Amerikaanse conservatieven zich ergens rechts onderin (zouden moeten) bevinden. Deze laatste stroming bevindt zich uiteraard ook in Nederland, al is ze hier marginaal.

Het is uiterst merkwaardig dat Krouwel het conservatisme in Nederland associeert met kreten als "tegen Fitna," "islam accepteren en respecteren" en "niet alles moet gezegd kunnen worden." Dit waren bij uitstek argumenten die linkse partijen en intellectuelen de afgelopen maanden te berde brachten in hun verzet tegen Geert Wilders en zijn Koranfilm. Het was onder anderen de conservatief Bart Jan Spruyt die zich fel uitsprak voor de vrijheid van meningsuiting en voor een kritische benadering van de intrede van de islam in Nederland. De linkse kerk toont zich daarentegen al een halve eeuw weinig tolerant jegens personen die het wagen haar ideologische dogma's te bekritiseren. Dat is precies waarom ze zo graag teruggrijpt naar misplaatste vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog.

En nu de linkse agenda van cultureel marxisme en relativisme volledig in duigen dreigt te vallen, heeft ze reeds een nieuw instrument in handen om haar ijzeren greep op de westerse samenlevingen verder te verstevigen: doembeelden van een allesverwoestende klimaatverandering, die op ons een moreel beroep doen om onze vrijheden op alle fronten in de uitverkoop te gooien. In Europa ziet het handjevol conservatieven en libertariërs met lede ogen aan hoe regeringsleiders in deze missie slagen. In de VS bieden conservatieven vooralsnog voldoende tegenwicht tegen deze totalitaire neigingen.

En die verdraaid rechtse Economist? Die huilt braaf -- net als alle Nederlandse kranten -- met de linkse wolven mee. André Krouwel kan dus terug naar de schoolbanken.

vrijdag 20 juni 2008

De inquisiteurs van Canada's mensenrechtencommissies

Terwijl de vrijheid van meningsuiting in Nederland wordt uitgehold, heeft een belangrijke affaire in Canada op dit podium helaas nog amper aandacht gekregen.

De enige (zijdelingse) verwijzing naar Ezra Levant op Het Vrije Volk is van Hans Besseling, die eind april een artikel van Bruce Bawer integraal op de site plaatste. Maar de beslommeringen die deze Canadees heden ten dage aan zijn hoofd heeft, bieden tevens een aardige illustratie van de richting die ons eigen land inslaat. Ook Levant mag zich namelijk verantwoorden bij de autoriteiten voor zijn publicaties, omdat islamitische radicalen zich erdoor beledigd voelden.

De timing kan amper toeval zijn: ongeveer tegelijkertijd diende het Canadian Islamic Congress een klacht in bij drie Canadese mensenrechtencommissies tegen het magazine Maclean's, dat een uittreksel van Mark Steyns America Alone had gepubliceerd. De Ontario Human Rights Commission (OHRC) heeft inmiddels verklaard dat deze zaak buiten haar jurisdictie valt. De federale commissie en die van Alberta moeten zich nog uitspreken over de aanklacht.

Hoewel de OHRC zich formeel dus niet wenste te bemoeien met de zaak, was de hoofdcommissaris niet te beroerd om Maclean's van stevige repliek te voorzien: "Stereotyping hurts the people and groups targeted, their families and their communities, and ultimately, all of us. In the post-9/11 world, we have seen more and more negative portrayals of Muslims and the rise of Islamophobia. Like racial profiling and other types of discrimination, ascribing the behaviour of individuals to a group damages everyone in that group. We have always spoken out on such issues."

De zaak tegen Ezra Levant ging lopen in 2006, toen de de Edmonton Muslim Council en Syed Soharwardy van de Islamic Supreme Council of Canada gezamenlijk een klacht indienden bij de Alberta Human Rights and Citizenship Commission (AHRCC). Levants magazine, de Western Standard, had het aangedurfd de Deense Mohammedcartoons te publiceren. Hoewel het blad zelf inmiddels ter ziele is gegaan, mocht hij zich persoonlijk komen verantwoorden voor het AHRCC.

Soharwardy, een Saoedische imam, is overigens een radicale moslim die streeft naar sharia-wetgeving in Canada. Op de ochtend dat de gewraakte editie van de Western Standard verscheen, debatteerden hij en Levant in een talkshow op de Canadese radio over de vrijheid van meningsuiting. Direct na de uitzending liep Soharwardy naar de politie om aangifte te doen van "belediging". Een concept als het democratische politieke debat heeft deze man van huis uit niet meegekregen; de zweep van de autoriteiten is het enige middel dat hij kent om tegenstanders te overtuigen van zijn standpunt.

Levants advocaten eisten vooraf dat hij zijn verhoor door de AHRCC zou mogen filmen en de commissie stemde daarmee in. Wat volgde, was een indrukwekkende show waarin Levant zijn gesprekspartner volledig te kijk zette. Negen-nul voor het vrije woord. Niet geheel onverwacht verscheen de film in delen op YouTube. Zo wist Levant tot ver buiten de Canadese landsgrenzen de aandacht op zich te vestigen. Zijn YouTube-filmpjes verspreidden zich als een lopend vuurtje over het internet en hij verscheen zelfs in een aantal Amerikaanse talkshows.

Om er een schepje bovenop te doen, verklaarde Levant ook op zijn weblog de oorlog aan de talrijke Canadese mensenrechtencommissies. Hij trekt onder meer de procedures die zij volgen, alsmede hun autoriteit, publiekelijk in twijfel. Ook beklaagt hij zich erover dat de juridische kosten die de klagende partij maakt geheel worden vergoed, terwijl de beklaagde zijn verdediging uit eigen zak moet bekostigen. Saillant detail is verder dat de AHRCC in haar hele bestaansgeschiedenis nog niet één klacht ongegrond heeft verklaard. (Wellicht is dat het logische resultaat van voornoemde financiële discrepantie.)

Eén incident waarvan Levant melding maakt op zijn weblog spant echter de kroon. Het vond plaats in een eerdere zaak in weer een andere mensenrechtencommissie en heeft betrekking op Giacomo Vigna, één van de rechters van die commissie. Midden in een getuigenverhoor verklaarde deze Vigna plots het volgende: "Sorry. Mr. Chair, I don't have the flu but I don't feel in a serene state of mind to proceed with the file today. I don't feel very well. I feel dizzy, I feel anxiety, and I am not in a serene state of mind to proceed with this file today." U leest het goed: "not in a serene state of mind." Toen de verdediging zich beklaagde over deze merkwaardige gang van zaken, was Vigna's reactie: "I feel insulted by that comment."

Naar aanleiding van Levants hilarische commentaar over dit incident stuurde Vigna een brief waarin hij dreigde met een nieuwe aanklacht wegens laster. Daarmee plaatste hij zijn eigen kinderachtige gedrag vermoedelijk voor een langere periode in de schijnwerpers.

Inmiddels heeft één van de klagers, Soharwardy, zijn aanklacht tegen Levant ingetrokken, omdat hij van mening was dat de zaak "volledig uit de hand" is gelopen (uiteraard niet dankzij hemzelf, maar vanwege Levants publieke verzet). De klacht van de Edmonton Muslim Council blijft niettemin staan. Bovendien heeft ook een voormalig collega van rechter Vigna Levant aangeklaagd wegens laster. En Levant zelf heeft inmiddels aangegeven dat hij desnoods doorprocedeert tot aan het Canadese Hooggerechtshof.

Deze zaak gaat ons allen aan. Nu Gregorius Nekschot naar alle waarschijnlijkheid hetzelfde lot tegemoet gaat als Ezra Levant en het Openbaar Ministerie binnenkort besluit of het Geert Wilders gaat vervolgen, waagt ook in Nederland de staat zich op glad ijs. Het is maar te hopen dat een verstandige rechter deze (eventuele) aanklachten resoluut naar de prullenbak verwijst, maar eigenlijk is een strafzaak al een ruime stap te ver. De rechtspraak dient in dezen slechts de uiterste beteugeling van de staat binnen de vrije samenleving te vormen, niet een stuk gereedschap dat te pas en te onpas kan worden gehanteerd om burgers in het gareel te houden. Dit soort intimidatie noopt opiniemakers tot zelfcensuur, met funeste gevolgen voor de democratische rechtsorde, die niet kan functioneren zonder vrijheid van meningsuiting.

Afgezien van het feit dat geen mensenrechtenadvocaat of -commissie ooit opkomt voor mijn gekrenkte gevoelens iedere keer als imam Fawaz weer eens van zich doet spreken, kan men zich ernstig afvragen of de eisen van radicalen niet steeds verstrekkender zullen worden naarmate zij successen boeken in hun misbruik van het strafrecht in westerse landen. Een dergelijke ontwikkeling zal op haar beurt alleen maar méér onvrede scheppen onder de autochtone burgers. Ezra Levant verwoordde het treffend: "You know, it's not these cartoons that create hatred. It's radical muslims who blow things up, who torch my synagogue, who file nuisance suits. They're the ones who make people hate muslims. ... Because North Americans say: 'Yikes! If that's what Islam's about, I don't like it.'"

Laten we hopen dat mensen als Nekschot, Wilders, Steyn en Levant niet voorgoed de mond wordt gesnoerd.

maandag 12 mei 2008

Lang leve de atheïstische middelmaat!

Ze gooit het kind met het badwater weg.

De reacties op mijn laatste stuk zijn -- een paar uitzonderingen daargelaten -- niet mals geweest. R. Hartman schreef in de comments op mijn weblog dat hij mijn stuk te lang vond "om geheel te lezen, en vooral ook te eenzijdig," terwijl H. Numan betoogde: "Je mist mijn punt helemaal: het allerbelangrijkste wapen om het mohammedanisme te bestrijden op vreedzame en democratische wijze is scheiding tussen kerk en staat."

Later schreef ene Kishon een uitstekende analyse op Het Vrije Volk en werd vervolgens eveneens gekapitteld door Hartman. In die reactie maakte Hartman terloops ook nog een opmerking over mijn stuk, dat hij typeerde als een "verdediging van Ben Kok," die "voorbij ging aan de essentie van het betoog van H. Numan." Ik kan het volkomen begrijpen dat Hartman geen tijd en zin heeft om mijn lange, taaie epistelen in het geheel te lezen, maar dat hij op basis van een oppervlakkige scan van mijn stuk een dergelijke conclusie trekt, is niet heel netjes.

Ook Numan bleef in een tweede stuk -- dat hij aan mij persoonlijk richtte -- maar hameren op het belang van secularisme, het enige punt waarop ik in mijn stuk nu juist géén kritiek had geleverd. Mijn artikel was geen verdediging van Ben Kok en ook geen aanklacht tegen de "essentie" van Numans reactie op Kok. Ik ergerde me enkel en alleen aan de manier waarop hij de grote monotheïstische religies op één hoop gooide en zonder pardon bij het grof vuil zette. Volgens mij is die houding namelijk typerend voor onze goddeloze, postmoderne samenleving, die niet vanzelfsprekend in alle opzichten een betere is dan die in de "donkere" perioden vóór de Verlichting.

Ik schreef in mijn vorige stuk twee dingen over het verschil tussen het jodendom en met name het christendom enerzijds en de islam anderzijds: 1) "Het probleem is niet religie, het probleem is de islam."; en 2) "De verschillen tussen beide tradities (of beter: syntheses van tradities) manifesteren zich in talloze aspecten van de wereldwijde actualiteit." Wat betreft de inhoudelijke verschillen tussen de islam en "onze" religies wil ik het voorlopig hierbij laten. Ik weet zelf prima wat ik lees in de Koran en in de Bijbel, en ik volg nauwgezet wat christenen en joden van hun leven maken en hoe moslims overal ter wereld zichzelf en anderen het leven zuur maken.

De reacties van de zelfbenoemde voorvechters van vrijheid spreken boekdelen over hun begrip van "beschaving" en haar oorsprong. Dat was precies de reden dat ik de pen ter hand nam voor zowel mijn vorige artikel als het huidige. Mijn stelling -- ik zeg het nogmaals -- is niet dat (sommige) religies bij de wet beschermd dienen te worden en het secularisme een kwaad is (integendeel), maar dat de heftige antireligieuze beschouwingen op Het Vrije Volk en elders het kind met het badwater weg gooien.

Hartman schrijft onder meer: "Het is een absolute misvatting dat we onze 'beschaving' aan de joods/christelijke cultuur te danken hebben. Zonder deze religies waren we al véél eerder beschaafd geweest, religie heeft een rem op de ontwikkeling van de wereld." Numan maakt ook al een dergelijke opmerking: "Ik houd erg veel van koralen van Bach. Bijzonder mooie muziek. Zou Bach zulke werken niet kunnen schrijven voor een seculiere opdrachtgever? Ik betwijfel het. (Denk eens aan G.F. Händel.)" En even later maakt hij het helemaal spannend: "In de jaren tachtig zag de toekomst er rooskleurig uit. We zouden vliegende auto's in het jaar 2000 hebben. Computers die het werk voor ons doen. En meer van dat fraais. Een gouden toekomst. Sorry, maar de realiteit is compleet anders. Na het jaar 2000 viert religieuze kortzichtigheid en intolerantie weer hoogtij."

Hartman en Numans begrip van "beschaving" is dus: ongekende welvaart, wetenschap die het leven immer gemakkelijker maakt voor de mens, gezondheidszorg die de dood steeds verder uitstelt, zo niet uitbant, vliegende auto's, almachtige computers en wat dies meer zij. Dit alles is uiteraard een lineair proces, dat zich inzette in de zeventiende eeuw en zich diende te bevrijden van het juk van religieuze dogma's en andere intolerante tradities. Maar niet te vroeg gejuicht: die laatste weten recentelijk weer wat terrein te winnen, waardoor we anno 2008 min of meer kunnen fluiten naar die vliegende automobielen.

Volgens mij ligt het allemaal wat genuanceerder. Zou Bach zijn muziek ook hebben kunnen schrijven voor een seculiere opdrachtgever? Vast wel, maar volgens mij zegt het feit dat we de laatste vijftig jaar zijn afgedaald naar Britney Spears en "50 Cents" iets over het verschil tussen de respectievelijke samenlevingen waarin deze componisten hun werken produceerden (voor zover men wat betreft de laatste twee over "componisten" kan spreken). Of wil Numan beweren dat het niet aan ons is om te oordelen over de vraag of Bach nu beter is of La Spears? Dat is een wel erg nihilistische gedachte.

Zet één uur de Nederlandse televisie aan en durf nog eens met droge ogen te beweren dat radicaal Verlichtingsdenken beschaving -- en niet een gebrek aan beschaving -- heeft geproduceerd. De Gouden Kooi, TMF en Temptation Island; het zijn prachtige voorbeelden van hoe onze cultuur verloedert en op die manier geleidelijk zijn aanspraak verliest om zichzelf superieur te verklaren aan de islam. Theodore Dalrymple, in mijn ogen één van de beste cultuurcritici van dit moment, schreef eens dat Shakespeare de apotheose vormt van de westerse cultuur. Daar sluit ik me, denk ik, wel bij aan. Of dient onze eigen Jan Wolkers dit prachtige compliment wellicht op zijn conto te krijgen?

Niet geheel onterecht kaart Hartman de rol aan die het onderwijs heeft gespeeld in de opkomst van het cultureel marxisme. "Het is tachtig jaar geleden al begonnen, maar in de jaren zestig van de vorige eeuw in een stroomversnelling gekomen," schrijf hij daarover. Hier maakt hij in mijn ogen een denkfout; het is al veel eerder begonnen. Het is de paradox van de Verlichting dat een filosofische beweging die streeft naar vrijheid en een afkeer van dogma(tisme), juist de basis heeft gelegd voor totalitaire ideeën. (Ik heb dat al vaker geschreven.)

De klassieken en ook de christelijke denkers eisten van hun lezers dat zij prudent en deugdzaam leefden en het beste uit zichzelf zouden halen, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van naasten en de grotere gemeenschap. De Verlichting leerde ons dat we van nature slecht waren en derhalve beter onze ondeugden konden kanaliseren dan te trachten een onbereikbaar doel na te streven. All men are created equal, en het ideaal van een vreedzame, welvarende samenleving waarin iedereen enkel en alleen kleinschalige ambities najoeg -- zoals brood op de plank en een dak boven het hoofd -- kreeg een hogere prioriteit dan individuele deugdzaamheid.

Het principe is prachtig en niemand kan ontkennen dat de westerse samenlevingen -- met name de Amerikaanse -- de laatste paarhonderd jaar een waar wonder hebben vertoond. Maar de boodschap van de Verlichting had ook een keerzijde: de creatie van een liberale samenleving was geen vanzelfsprekend proces. Langzaamaan volgden er radicalere oplossingen, die de democratisering van kennis en welvaart moesten bespoedigen. Het noemen van de naam Karl Marx in dit kader is -- zeker voor dit publiek -- eigenlijk overbodig. Maar Marx ging met zijn theorieën niet lijnrecht in tegen de Verlichting; hij was er een radicaal product van. De basis bestond al lang voordat hij geboren werd. Ook degene die ervan uitgaat dat de vestiging van een liberale democratie en vrije markt elke samenleving automatisch in een modern stramien kan duwen -- de haal-Turkije-bij-de-EU-lobby is daarvan een treffend voorbeeld --, maakt zich schuldig aan een collectivistisch maakbaarheidsgeloof.

Hartman citeert in de comments op mijn blog en ook in zijn reactie op Kishon een uitnodiging voor een lezing van Dr. Andrew Bernstein aan de Columbia University: "Conventionally, most people believe that morality can only be based in religious faith that in a world without God no principles of right and wrong could exist. Related to this, philosophers have long held that no objective, fact-based, rational code of values is possible. Regarding both points, this talk shows that the exact opposite is true. The purpose of morality is to guide human life on earth and religion is utterly incapable of it. Flourishing life requires a code of secularism, rationality, egoism and freedom."

Kortom, het "opbloeien van leven" -- geleid door moraliteit -- vereist Verlichting en het verwerpen van Openbaring. Het is jammer dat de enige testcase voor deze these het moderne Westen is, waarin de notie van Goed en Kwaad wordt beschouwd als achterhaald. De postmoderne nihilisten op onze universiteiten leren ons dat een dergelijk concept relatief is, of etnocentrisch, zo u wilt. We kunnen dus ook geen objectief oordeel vellen over mogelijk kwaad (zoals wellicht de islam) dat ons omringt.

Zoals met alle ideeën gebeurt, heeft ook déze gedachte haar weg gevonden naar de grote massa's in de westerse samenlevingen. Die gebruiken haar maar al te graag als legitimatie om zich te kunnen bezondigen aan laag gedrag, dat in andere tijden als moreel verwerpelijk zou zijn beschouwd. Prostitutiebezoek en drugsgebruik zijn inmiddels een persoonlijke keuze geworden, die wij niet mogen veroordelen. Evenzo is criminaliteit ook niet meer dan een begrijpelijke uitvlucht voor mensen die door de maatschappij in een hoek zijn gedreven. Wie zijn wij bovendien om de islam een slechte naam te bezorgen, aangezien alle culturen relatief zijn en wij derhalve geen oordeel kunnen vellen over anderen? En wie zijn wij, tot slot, om de gewelddadige radicalen te bestrijden die deze religie produceert? Is de één z'n terrorist niet de ander z'n vrijheidsstrijder? (Het is typisch dat uitgerekend de grote libertariër John Stuart Mill ervan uit ging dat dit soort slechte ideeën zouden worden verdrongen op de "marktplaats der ideeën," maar helaas postuum ongelijk heeft gekregen.)

Met andere woorden: de enige goddeloze samenleving in de geschiedenis van de mensheid beschouwt discussie over moraliteit als ouderwets gezever, enkel afkomstig van abjecte lieden die tevens de onderdrukkende krachten van het christendom, kapitalisme, imperialisme en slavernij verdedig(d)en. "Religie gaat uitsluitend over macht, en onderwerping. Toen, en nu," schrijft Hartman. Hij klinkt bijna als Marx zelve. Het is mijn inziens een product van hetzelfde nihilisme dat ook het cultureel marxisme heeft vormgegeven en waartegen Leo Strauss in de jaren vijftig van de vorige eeuw al ageerde: leg de lat maar lekker laag, lang leve de middelmaat en de ene levenswijze is geenszins beter dan de andere. Het is wat Allan Bloom "the closing of the American mind" noemde, en heeft een way of life gecreëerd die ons westerlingen belemmert totalitaire bedreigingen, van buitenaf én binnenin, van ons af te schudden.

Ik beschouw mezelf als tweehonderd procent secularistisch en wens Jahweh noch Allah noch welke God dan ook een voorkeursbehandeling te laten verkrijgen in onze vrije samenleving. Maar secularisme is niet synoniem aan de totale verbanning van God uit het openbare leven. Sterker, in onze strijd tegen islamitisch radicalisme komt onze christelijke traditie -- net als de klassieke -- uitstekend van pas.

zondag 4 mei 2008

Democraten, sluit uw geesten!

Een artikel van "joods-christelijk pastor" Ben Kok op Het Vrije Volk heeft nogal wat stof doen opwaaien. H. Numan reageerde vilein, waarna Faith Freedom International Numans stuk oppikte op zijn site. Tot slot stuurde iemand de redactie enkele e-mails met een groot aantal intolerante verzen uit het Oude Testament. Een aardige kijk in de keuken van militant-atheïstisch rechts in Nederland.

H. Numan richt zijn pijlen voornamelijk op het gebrek aan secularisme in Nederland, dat er -- inderdaad -- mede voor verantwoordelijk is dat moslims in Nederland net als katholieken en protestanten met belastinggeld hun eigen scholen kunnen stichten. Zijn conclusie liegt er niet om: "Zolang christelijke idioten (voel u a.u.b. aangesproken) in Nederland de dienst uitmaken, zullen slimme mohammedaanse sjamanen net zo hard misbruik maken van de algemene middelen, en de wet ombuigen in hun eigen voordeel."

Eerder in zijn stuk maakt Numan al duidelijk dat hij niet wenst lastig gevallen te worden met "de vuile was en kinnesinne" van "keppeltjes, burka's en sjaballas," die hij zonder pardon op één hoop gooit. Hij vraagt zich af waarom de Tien Geboden niet verboden zijn, aangezien ze "vrijwel allemaal (op twee na) in strijd [zijn] met de grondwet." Bovenvermelde e-mailer gooit het over dezelfde boeg, met hele lappen ingeplakte tekst die duidelijk moeten maken dat het Oude Testament net als de Koran inhumane passages bevat. "Ik pleit ervoor de god van de joden met pek en veren te overgieten, en uit te lachen," is zijn conclusie.

Waar gaat alle opwinding over? Ben Kok pleit -- in naam van zijn geloofsovertuiging -- tegen de plannen van minister van justitie Ernst Hirsch Ballin om het beledigen van iemands levensovertuiging strafbaar te stellen. De islam is afgoderij en verdient geen bescherming, want er is maar één God en dat is JHWH, zo luidt Koks argument. Het reeds bestaande artikel 147 uit het Wetboek van Strafrecht, dat smadelijke godslastering verbiedt, is destijds uitsluitend in het leven geroepen uit respect voor de joodse God en volstaat daarom prima. "Reageer massaal naar politici met gezond geestelijk inzicht (welke zijn dat nog?) en laat uw stem horen, ook in de media," besluit Kok zijn betoog. Een poging om op democratische wijze zijn joodse geloof een bijzondere positie in Nederland te laten verkrijgen dus. Niets meer en niets minder.

Laat ik allereerst zeggen dat ik niet zozeer de neiging voel hier een verdediging op te moeten voeren ten behoeve van het artikel van Ben Kok. Ik ben niet joods en zelfs niet gelovig. Bovendien heb ik naar eigen mening genoeg geloofwaardigheid opgebouwd in de afgelopen paar jaar om niet aan de lezers van HVV te hoeven benadrukken dat ik tegen bevoorrechting ben van welke levensovertuiging dan ook.

"God is dood"
De klaarblijkelijke lichtgeraaktheid van een aantal lezers doet mij niettemin afvragen of ze hun parelen niet voor de zwijnen werpen. Zowel de e-mail als Numans artikel (dat FFI integraal heeft overgenomen op zijn site) ontaardt in het volledig afbranden van het jodendom en het Oude Testament. De kritiek loopt -- niet geheel verrassend -- aardig in de maat met het Harry-de-Winter-thema: "De islam is oké, want in de Tora staan ook verschrikkelijke dingen." Het enige verschil is dat deze schrijvers, antifundamentalistisch als ze (gelukkig) zijn, het stuk vóór de komma weglaten, zodat ze zich in ieder geval niet schuldig maken aan pertinent onlogisch redeneren, in tegenstelling tot De Winter.

Verder voldoet het plaatje exact aan de bewering van Nietzsche dat God in de westerse liberale democratieën zélf naar de eeuwige jachtvelden is geholpen. Het is religie in het algemeen, niet de islam in het bijzonder, die voor westerlingen onderdrukking en intolerantie belichaamt. De oplossing van beide criticasters laat zich dan ook raden: de totale verbanning van God uit het openbare leven, of hij nu joods, christelijk of islamitisch is.

Dit laatste vormt natuurlijk geen definitie van secularisme. Dat een dergelijke aanname niet klopt, bewijst Numan zelf, aangezien hij veronderstelt dat er in de Verenigde Staten, christelijk-conservatief land bij uitstek, meer secularisme bestaat dan in ontkerkelijkt Europa.

De liberale democratieën rusten in werkelijkheid in grote mate op de fundamenten van met name het christendom en de klassieke filosofen. Afgezien van het feit dat men zich kan afvragen waarom een set moreel-religieuze regels als de Tien Geboden, die nergens in het Westen wettelijk bindend is, in strijd zou zijn met de Nederlandse Grondwet, vinden sommige van deze regels nog immer hun neerslag in de vaderlandse wetboeken; moord en diefstal zijn nog altijd verboden. Bovendien gaf Christus zelf de eerste aanzet tot de scheiding van kerk en staat in de westerse landen: "Geeft den keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is."

Verlichting
Het zou best kunnen zijn dat onze liberale democratieën sinds hun ontstaan langzaamaan topzwaar zijn geworden. Vanaf de Verlichting is er namelijk iets bijzonders gebeurd: de filosofie heeft zijn huis eerst stevig neergezet op de christelijke en klassieke fundamenten, om die laatsten vervolgens volledig in gruzelementen te slaan. Het resultaat van die actie vond zijn apotheose in de jaren zestig van de vorige eeuw en manifesteert zich in militant atheïsme, moreel relativisme en uiteindelijk nihilisme.

Terwijl de oude Grieken middels filosofie de menselijke natuur wilden cultiveren om de beste mens en de beste samenleving voort te brengen, ontstond ook in het christendom een uitgebreide deugdethiek, die verwachtte van mensen dat zij zelf een zo eerzaam mogelijk leven leidden en verantwoordelijkheidsgevoel koesterden ten opzichte van hun naasten. Thomas Hobbes en John Locke opteerden daarentegen voor het balanceren van ondeugden: egocentrisme en hebzucht zijn prima, zolang ze maar worden gekanaliseerd in het democratisch bestel en de vrije markt. Op die manier mocht de mens zijn lat aanzienlijk lager leggen, om zo de kans te vergroten dat hij zijn levensdoel bereikte.

Paradoxaal genoeg is het geenszins vanzelfsprekend dat de liberale democratie -- toch bij uitstek een product van de Verlichting -- deze cultuuromslag kan opvangen. De Verlichting heeft vooral de nadruk gelegd op gelijke rechten voor iedereen, terwijl plichten en verantwoordelijkheden progressief ondermijnd zijn. ("Integratie met behoud van de eigen identiteit," is een treffend voorbeeld van dit nieuwe ethos.) Het spreekt voor zich dat een dergelijk wereldbeeld niet erg bijdraagt aan actief en positief burgerschap.

Deze ontwikkeling heeft zich in de filosofie voornamelijk in de laatste honderdvijftig jaar voorgedaan en bij de grote massa vanaf de jaren zestig. In naam van de democratisering van kennis is het onderwijs zo breed toegankelijk geworden, dat de kwaliteit ervan volledig verwaterd is. Docenten en professoren die meer doen denken aan politiek activisten dan aan overdragers van wijsheid en kennis, vertellen ons dat het "etnocentrisch" is om te veronderstellen dat de westerse beschaving, van Plato en de Bijbel tot Shakespeare en Montesquieu, superieur is aan beschavingen om haar heen. Ze vertellen ons dat promiscuïteit een groot goed is, dat desondanks millennia lang is onderdrukt door christelijke barbaren. Ze leren ons dat de rijke elite de armen op grove wijze uitbuit -- zowel op lokaal als internationaal niveau -- en dat herverdeling van inkomen, positieve discriminatie en andere semitotalitaire maatregelen nodig zijn om dat tij te doen keren. Evenzo is criminaliteit ook niets meer dan een gevolg van armoede en heeft strenge handhaving dus geen enkele zin.

Denkers die deze beeldvorming weerspreken omdat zij vrezen voor de toekomst van de westerse samenlevingen, worden "reactionair" en zelfs "fascistisch" genoemd. Vooral verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn in dit kader een welbekende dooddoener: Leo Strauss heeft vijfendertig jaar na zijn dood nog steeds de touwtjes in het Witte Huis stevig in handen, uiteraard met desastreuze gevolgen voor de gewone man.

Deze slechte ideeën zijn vandaag de dag zover doorgesijpeld naar de onderkant van de samenleving, dat: een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking met een uitkering thuis zit (met de ergste vergrijzing nog voor de deur); steeds minder mensen voor steeds méér mensen financieel moeten opdraaien; die situatie tot grote maatschappelijke onvrede leidt; de criminaliteit de spuigaten uitloopt; een derde van alle huwelijken op de klippen loopt; in Groot-Brittannië veertig procent van alle baby's buitenechtelijk wordt verwekt; in de VS zeventig procent van alle zwarte kinderen in een éénoudergezin opgroeit; de postmoderne elite überhaupt geen kinderen meer krijgt; een significant gedeelte van de miljoen moslims in ons land zich vervreemd voelt of zelfs radicaliseert; deze mensen nooit burgerschap is bijgebracht; het idee van burgerschap nog altijd als "hypernationalistisch" wordt beschouwd; en dat, tot slot, als gevolg van al het wereldvreemde wanbeleid dat Den Haag de laatste veertig jaar heeft uitgespuugd, het land onbestuurbaar dreigt te worden en de sociale cohesie als sneeuw voor de zon verdwijnt.

In plaats van haar kerntaken op zich te nemen -- het bieden van veiligheid aan de burger en het bewaken van de integriteit van de landsgrenzen --, vergrijpt de overheid zich in toenemende mate aan onze belastingcenten om schijnoplossingen voor bovenstaande problemen te financieren. Gratis schoolboeken, uitkeringen, prachtwijken, het Elektronisch Kind Dossier en de slurptax: het zijn alle maatregelen van een overheid die niet inziet dat ze veeleer onderdeel van het probleem is dan van de oplossing. Zoals Ronald Reagan het ooit prachtig verwoordde: "The more the plans fail, the more the planners plan."

Iedereen met gezond verstand en een een tikkeltje (christelijk) verantwoordelijkheidsgevoel voelt aan dat criminaliteit een persoonlijke keuze is, net als het laten verpauperen van je woonwijk en het krijgen van kinderen (om die vervolgens niet op te voeden). Maar in een samenleving waarin voornamelijk rechten centraal staan en niet plichten, is een dergelijk onderbuikgevoel niet vanzelfsprekend meer. Ik zag op RTV Utrecht eens een portret over een jonge Marokkaan die deelnam aan een (uiteraard zwaar gesubsidieerd) project voor probleemjongeren. Hij mocht onder begeleiding wonen in een speciaal daarvoor ingericht appartementencomplex. De jongeman had zich al vanaf zijn tienerjaren beziggehouden met kleine criminaliteit en drugsgebruik, en ondanks zijn lage leeftijd al aanzienlijke periodes doorgebracht in detentie. Zijn reactie op dit alles: "Deze maatschappij maakt je kapot, weet je." Men vraagt zich af van wie hij deze wijze levensles heeft geleerd.

Het dringt de vraag op of contracten tussen mensen en uiteindelijk de wet voldoende zijn om de sociale cohesie in de liberale democratieën van het Westen te bewaren, wanneer "vrijheid blijheid" en "instant gratification" het devies zijn. "Gij zult niet echtbreken" is enkel één der Tien Geboden, geen onderdeel van de Nederlandse wet. Desondanks zijn de meesten het er over eens dat echtbreuk niet de schoonheidsprijs verdient. Datzelfde geldt voor "Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste" en "Gij zult niet begeren uws naasten [bezit]". Toch is het lang niet meer vanzelfsprekend dat huwelijken standhouden en wij onze naasten correct behandelen. Mensen in het Vrije Westen moeten nu eenmaal doen wat hun hart hun ingeeft, dus is het niet meer dan normaal dat een man zijn vrouw met twee kinderen laat stikken voor een exemplaar dat tien jaar jonger is. Evenzo zijn contracten niet meer dan een dode letter. Als de overeenkomst één van de partijen niet meer bevalt, scheuren we haar gewoon doormidden. (Denk aan voetballers die met hun volle verstand een vijfjarig contract bij een club tekenen en een half jaar later -- als het grote geld in het buitenland lonkt -- klagen over de hoge afkoopsom die de club verlangt.)

Het verwaarlozen van onze intellectuele fundamenten heeft geleid tot intellectuele en morele armoede, niet tot verrijking. Tocqueville meende dat een liberale democratie dit gebrek aan diepgang diende te corrigeren met nauwe bestudering van de grote boeken uit het verleden. Nietzsche vreesde dat een liberale samenleving zonder religie überhaupt niet zou kunnen functioneren. Strauss constateerde in zijn tijd al dat relativisme en nihilisme bij zijn collega's aan de Amerikaanse universiteiten gemeengoed waren geworden. Allan Bloom, tot slot, had de jaren zestig met lede ogen aangezien en betitelde de ontwikkelingen in de Amerikaanse samenleving niet als vooruitgang, maar als "the closing of the American mind."

Islam
Het militante atheïsme dat zich naar aanleiding van Ben Koks stuk op HVV manifesteerde, dreigt dan ook het kind met het badwater weg te gooien; het probleem is niet religie, het probleem is de islam. Tocqueville dacht al dat de Amerikaanse samenleving zo succesvol was omdat het veelal de uiterst vrome protestanten waren die de overstap hadden gemaakt van Europa naar de Nieuwe Wereld. Hij vermoedde tevens dat de democratie niet verenigbaar was met de islam, een opvatting die de critici van Kok wellicht zelf ook aanhangen. De islam kent een intellectuele traditie die zo totaal verschillend is van die in het Westen, dat het naïef is om te denken dat ze een "islamitische Verlichting" zou moeten doormaken en dat vervolgens alles koek en ei is.

Hoezeer sommige verzen in de Tora ons ook de haren ten berge doen rijzen, het Oude Testament staat in geen verhouding tot de Koran, waarin elke pagina vol staat met beschrijvingen van ongenadige straffen die de ongelovigen ten deel vallen in het Hiernamaals (zo niet in dit leven). Bovendien is het Oude Testament voor het overgrote deel een verzameling mythes die zijn geschreven in de verleden tijd, met betrekking tot specifieke personen, en geschreven door feilbare mensen. De Koran is een verzameling vreesaanjagende bevelen, geschreven in de gebiedende wijs, die het directe woord van Allah vormen. Tot slot zijn de scherpe kantjes uit het eerste gedeelte van de Bijbel behoorlijk afgestompt door de verzoenende taal in het Nieuwe Testament. Er is dus nogal een verschil, zowel inhoudelijk als qua status binnen de respectievelijke religies, tussen beide boeken.

De verschillen tussen beide tradities (of beter: syntheses van tradities) manifesteren zich in talloze aspecten van de wereldwijde actualiteit. Is het toeval dat de liberale democratieën uitgerekend in het Westen zijn ontstaan, of ontbreekt er nu eenmaal een aantal voorwaarden voor die regeringsvorm om te kunnen functioneren in de moslimwereld? Heeft de gewelddadige expansiedrang van de islam wellicht iets te maken met de Koran en de Hadith, die van voor tot achter volstaan met verzen over de strijd van Allah en Mohammed tegen ongelovigen? Waarom blazen joden zich nooit op temidden van Palestijnen in Oost-Jeruzalem? En waarom worden er jaarlijks meer boeken vertaald naar het Spaans dan de afgelopen duizend jaar naar het Arabisch?

Er is helemaal niets mis met enige skepsis ten aanzien van een religieus voorganger die zonder argumenten maar enkel vanuit zijn eigen onderbuik anderen probeert te overtuigen van de juistheid van zijn geloof. Het zou echter een grote fout zijn om te veronderstellen dat de drie grote monotheïstische godsdiensten onderling inwisselbaar zijn. De joods-christelijke traditie heeft ons mede onze beschaving geschonken. De islamitische traditie vooralsnog voornamelijk ellende.

De zelfverklaarde vijanden van Ben Kok kunnen dus beter hun pijlen ergens anders op richten.

zondag 16 maart 2008

"Fatwa-gate": anti-islamitische furie houdt aan

Ook gisteren vielen er weer dodelijke slachtoffers tijdens massademonstraties in westerse hoofdsteden, de sussende woorden van verscheidene Arabische regeringsleiders ten spijt.

Tehran Times, 1 september 1996.

In Washington, Londen en Parijs zijn gisteravond opnieuw doden gevallen tijdens gewelddadige protesten tegen de inmiddels beruchte "Oorlogsverklaring aan de Amerikanen die het Land van de Twee Heilige Plaatsen Bezetten" van Osama bin Laden. Eén man verongelukte in Washington toen hij een beeltenis van de Profeet in brand wilde steken en daarbij zelf derdegraads brandwonden opliep. Hij overleed op weg naar het ziekenhuis. Drie anderen werden getroffen door verdwaalde kogels, die vermoedelijk de lucht in werden geschoten vanuit de razende menigtes.

Daarmee staat het totale dodental als gevolg van "Fatwa-gate" inmiddels op dertien. Eerder deze week werden al zeven mensen verdrukt tegen de hekken van de Saoedische ambassade in Washington, terwijl drie Afghanen omkwamen toen een onbekende twee handgranaten gooide op het moment dat zij hun ambassade in Londen verlieten.

"Alliantie van Zionisten en Kruisvaarders"
De onrust vormt een reactie op de genoemde fatwa, die Bin Laden vorige week uitvaardigde tegen Amerika en zijn bondgenoten. In de verklaring noemde hij het Amerikaans-Israëlische bondgenootschap een "alliantie van Zionisten en Kruisvaarders", die "moordpartijen" pleegt "tegen de moslims in elk deel van de wereld." "Met de hulp van Allah verdrijf ik de joden en de christenen van het Arabisch schiereiland," zo maakte Bin Laden duidelijk.

Voor de demonstranten is de maat hiermee vol. Ene Guy uit Parijs, die weigert zijn achternaam prijs te geven, laat optekenen: "Het Westen wordt altijd maar in verband gebracht met geweld, maar het is de moslimwereld die ons tot deze wanhoop drijft." Hij vervolgt: "Wij zijn het slachtoffer van de moordzuchtige regimes van Saddam Hoessein en de mullah's in Iran, terwijl Israël telkens weer rakettenregens en zelfmoordaanslagen te verduren krijgt. Ik keur elke vorm van geweld principieel af, maar het Westen heeft het recht zich te verdedigen tegen deze islamitische agressie en respectloze taal."

Het lot van de islamitische minderheden in West-Europa wordt met de dag ongewisser. De beschermde status die zij van oudsher genoten, in ruil voor het betalen van hoge belastingen en het afstand doen van hun land, dreigt te bezwijken onder de terreur van kleine groepen Verlichtingsfundamentalisten. "Dat hebben ze zelf uitgelokt," zegt Guy. "Iedereen weet dat die mensen marionetten zijn van de moorddadige Arabische regimes. Ze zijn er alleen maar op uit om tweedracht te zaaien onder het Franse volk."

"Meer respect"
De Amerikaanse president Bill Clinton houdt de Arabische wereld verantwoordelijk voor het aanhoudende geweld. "De Arabische leiders kunnen niet verwachten dat de bevolkingen van westerse landen zich gedeisd houden terwijl vanuit het Midden-Oosten de ene na de andere belediging aan het adres van onze samenlevingen wordt afgevuurd. Wij eisen van de Arabieren meer respect voor onze cultuur. Westerlingen afdoen als agressieve 'kruisvaarders' en 'imperialisten' draagt helemaal niets bij aan een open dialoog tussen beschavingen."

Clinton is voornemens om de kwestie aan te kaarten op de Inter-Culturele Conferentie (ICC) die volgende maand in Berlijn wordt gehouden. "Met het instellen van strafrechtelijke vervolging van Bin Laden zouden de Arabieren een goede eerste stap kunnen zetten," besluit hij. Suggesties in de Arabische media dat de Amerikaanse regering de demonstraties simpelweg in scène zou hebben gezet teneinde de internationale druk op de Arabische landen op te voeren, verwijst hij resoluut naar het rijk der fabelen: "Amerikanen zijn oprecht verontwaardigd over de grove beledigingen aan hun adres."

De Saoedische kroonprins Abdullah -- die de dagelijkse leiding over Saoedi-Arabië heeft overgenomen nadat zijn broer, koning Fahd, vorig jaar buitenspel werd gezet door een beroerte -- zegt alle commotie rondom de fatwa zeer te betreuren. Hij stak zijn afkeer van de opvattingen van Osama bin Laden niet onder stoelen of banken. "Wie zomaar dingen wil roepen over culturen in andere landen moet ook de gevolgen onder ogen komen," sprak Abdullah. "We hebben allemaal een verantwoordelijkheid om de betrekkingen met het christelijke Westen beschaafd te houden." Hij benadrukte met klem dat het Saoedische regime zich distantieert van Bin Ladens uitspraken: "De islam zoekt geen confrontatie met het Westen. De westerse oorlogen in het Midden-Oosten worden gevoerd door slechts een klein groepje landen. Er is voor ons geen enkele reden om een hele beschaving zomaar in de hoek te zetten."

Afghanistan, waar Bin Laden sinds kort verblijft, laat weten dat het gaat bekijken of vervolging van de Saoediër mogelijk is. "Maar het zal moeilijk zijn hem op te sporen in de bergen van Tora Bora," aldus een Afghaanse woordvoerder. "Hoe dan ook willen we de wereld duidelijk maken dat wij de polariserende opvattingen van de heer Laden niet delen. Als regering hebben we de verantwoordelijkheid om de buitenlandse belangen van Afghanistan en ook onze binnenlandse stabiliteit te bewaken."

Schrale troost
Yasser Arafat roept de joden in Israël -- die deze week eveneens hun voeten lieten spreken -- op tot kalmte. "Er zijn onder de Palestijnen individuen die de agenda van Bin Laden onderschrijven," geeft hij toe. "Dat zijn de mensen die niet willen onderkennen dat de wereld aan het veranderen is, en dat dit proces van globalisering onomkeerbaar is. Daarom geven zij de schuld aan de joden en de Amerikanen, of aan de regenten." Maar, zo vervolgt hij, "de wereld wordt steeds kleiner. Joodse migratie naar Palestina valt niet meer af te stoppen. Daarom wil ik de joden een genereuze handreiking doen."

Het is een schrale troost voor veel Israëli's. "Sinds het ontstaan van de islam zijn wij al slachtoffers van agressie door moslims," meent een voorbijganger in Jeruzalem. "De Al-Aqsa moskee hier staat nota bene op de ruïnes van de joodse tempel, maar toch houden de Palestijnen angstvallig vast aan hun claim op ons Beloofde Land, en houdt hun geweld onverminderd aan." De grote steun onder de Palestijnen voor Hezbollah en Hamas ziet hij als teken dat zij Osama bin Laden allerminst afwijzen. "Daarom zullen wij niet rusten voordat de laatste Arabier uit ons land verdreven is."

Aan de westerse en Israëlische gezichten af te lezen kan het nog lang duren voordat de betrekkingen tussen de islam en het Westen weer in rustiger vaarwater belanden. En dat geeft Osama bin Laden te denken.